Ontwikkelingen in incassowetgeving

In januari heeft de minister eindelijk gereageerd op de in de 2e kamer gestelde vragen met betrekking tot het wetsvoorstel incassokosten.

In de beantwoording blijkt dat het voorstel grotendeels in stand blijft. Het is de bedoeling dat er een wettelijke regeling komt die dwingend is voor vorderingen op consumenten en regelend is voor vorderingen op bedrijven indien zij onderling niet anders hebben geregeld. Dus in principe vrijheid van handelen voor bedrijven mits vooraf overeengekomen. We concentreren ons op de vorderingen op consumenten omdat daar de wijzigingen ingrijpend zijn.

De belangrijkste elementen op een rij gezet:
• De principes van de incassokosten worden bij wet geregeld en de tarieven worden bij Algemene Maatregel van Bestuur (AMVB) vastgesteld
• Er gaat een maximum gelden van € 40 voor vorderingen tot € 266,67. Vervolgens wordt een staffel toegepast
• De wettelijke regeling ziet op hoofdsommen tot € 25.000 met uitzondering van huurzaken.
• Vorderingen op consumenten met een hoofdsom hoger dan € 25.000 blijven in principe onderhevig aan het rapport Voorwerk II, maar dit is geen wet doch een richtlijn. Kortom de rechter bepaalt in voorkomende gevallen en zal dus de redelijkheid toetsen.
• Het maximum geldt voor alle incassokosten dus zowel van de schuldeiser als die van het incassokantoor tezamen
• BTW over incassokosten moet in rekening worden gebracht bij de schuldeiser
• De schuldeiser moet tenminste 1 aanmaning hebben gestuurd na intreding van het verzuim (overschrijding van de overeengekomen betaaltermijn) waarin gewag wordt gemaakt van de incassokosten. De debiteur heeft dus nog 14 dagen om te betalen. In de praktijk betekent dit een herinnering zonder kosten en daarna (14 dagen) een aanmaning met kosten.
• Indien voor meerdere vorderingen een aanmaning wordt gestuurd moeten de hoofdsommen bij elkaar geteld worden alvorens de tabel incassokosten toe te passen. Dit laat nog wel onduidelijkheid. De schuldeiser moet zoveel mogelijk kosten voorkomen. Daar zit dus een interpretatie mogelijkheid. Er wordt wel de eis gesteld dat de vorderingen opeisbaar zijn. Dat is logisch. Er blijft dus in principe de mogelijkheid om de kosten meermaals in rekening te brengen mits separaat aangemaand. In de toelichting is vermeld dat de schuldeiser hier geen misbruik mag maken. Dit is overigens natuurlijk niet commercieel handig naar de consument.
• Er is een eenvoudige toets of er kosten zijn gemaakt voor incasso. Momenteel wordt deze toets door de rechter vaak inhoudelijk gemaakt. Deze toets vervalt. Als er werkzaamheden zijn gedaan en dus kosten zijn gemaakt is de schuldeiser gerechtigd de incassokosten aan te rekenen.
• Lagere incassokosten zijn vanzelfsprekend steeds toegestaan.

Q-Collect kan zich goed vinden in de voorgestelde wetgeving. Ook het vastgestelde maximum van 40 euro voor lage vorderingen is een goede zaak. De kosten ten laste van de debiteur blijven daarmee binnen de perken.
Ook is er duidelijkheid voor de debiteur door hem te wijzen op de komende incassokosten indien hij niet op de eerste aanmaning betaald. Q-Collect loopt vooruit op de wetgeving omdat zij dit reeds doet. Dat noemen wij Maatschappelijk Verantwoord Incasseren.

 

Terug